| Theosis
als verbinding van spiritualiteit en maatschappelijk engagement |
|
| Naar
Homepage Naar Preekarchief Naar Weblog |
Heleen
Zorgdrager en ik zijn generatiegenoten. We zijn beide opgegroeid in de
jaren
zestig en zeventig, een tijd van grote maatschappelijke veranderingen.
Een
belangrijke verandering in de kerken in die jaren was het wegvallen van
de
traditionele spiritualiteit van bidden, dagelijks Bijbellezen en
zondagsrust.
Dat was een cultuur van terughoudendheid, ontvankelijkheid en rust, die
weinig
bestand bleek tegen de ervaringscultuur en de onmiddellijkheid van de
beeldcultuur die in deze jaren opkwam. Spirituele
gap en engagement Binnen de
kerken is geprobeerd om de spirituele gap die ontstaan was op
te vullen.
De Evangelische beweging ontwikkelde een ervaringsgerichte
countercultuur met
muziek, lichamelijkheid en extase die in de vormen aansloot bij de
culturele
bewegingen van de jaren zestig, maar inhoudelijk zich daartegen
afzette. In de
mainstream Protestantse gemeentes, waar ik altijd toe behoord heb,
werden de
zaken voorzichtiger aangepakt. Duidelijke resultaten, anders dan meer
vorm en
kleur in de liturgie, heeft dat niet opgeleverd. Het lijkt eerder alsof
mainstream Protestantse christenen in een permanente zoektocht naar
spiritualiteit zitten. Die spirituele
onzekerheid is er nog het meest
buiten het kerkgebouw, bij gelovigen thuis. Wat doe je als je thuis
niet meer
samen bidt en Bijbelleest? En waar blijven elementen van
persoonlijkheidsvorming als de oude wegvallen? Die draaiden weliswaar
eenzijdig
om schuld en vergeving, maar ze waren toch ook een krachtige motor voor
introspectie en persoonlijke groei. In diezelfde
jaren werd het geloof meer op de (wereldwijde) samenleving gericht.
Thema’s als
gerechtigheid en duurzaamheid werden onderdeel van het kerkelijke leven
en van
het persoonlijke engagement van gelovigen. De
vraag naar gerechtigheid was ook een vraag aan de
kerken zelf: konden
alle gelovigen wel voldoende meedoen, was er ruimte voor de stem van
vrouwen en
van niet-heteroseksuelen? Orthodoxe
kerk Ik
heb beide
impulsen meegekregen. Mijn ouders waren actief op het gebied van
politiek en emancipatie en ik heb dat nooit losgelaten. Op zoek naar
spirituele
verdieping volgde ik als student colleges Mechilta en Abot bij de
subfaculteit
Semitische Talen. Onder de vijftien studenten waren een aantal jonge
joodse
vrouwen die elke zomer naar Israël gingen en vloeiend Hebreeuws
spraken. De
pittige lectuur van de Mechilta ging hen heel wat makkelijker af dan
mij. Er
waren ook studenten die ik niet meteen zo kon plaatsen. Een
jaar later ging ik met mijn vriendin naar de diensten van de
Amsterdamse
Russisch-Orthodoxe kerk in de Goede Week. In die jaren was de kerk nog
gevestigd in de Utrechtsedwarsstraat. Je moest de deur van een woning
door, een
steile trap op en dan kwam je in een bescheiden ruimte, die was
ingericht als
Orthodoxe Kerk, compleet met iconostase. Ook al begrepen we weinig van
de
liturgie, we zaten avond aan avond geboeid en ook wel overdonderd te
luisteren.
Opvallend was dat ik elke avond daar ook een aantal jongeren trof die
ik bij de
colleges van Semitische Talen was tegengekomen. Dat waren dus jonge
mensen, die
net als ik aan het zoeken waren. Bij het Jodendom, net zo goed als in
de
Russisch-Orthodoxe kerk. Mystiek Zelf ben ik predikant
geworden. Ik heb
voortdurend geprobeerd om beide sporen van maatschappelijk engagement
en
spiritualiteit te bewandelen. De Orthodoxe Kerk kwam ik daarin weinig
meer
tegen, maar ik ontdekte wel de honderden verhalen over de
Woestijnvaders. Vaak
heel geestige verhalen over de pogingen van solitaire monniken in de
woestijn
van Egypte om hun woede en lust achter zich te laten en op te stijgen
tot God (theosis).
Het klassieke beeld is daarbij de ladder van Jacob, waarbij de mens,
als de engelen
uit Jacobs droom, de aarde verlaat en tot God opstijgt in de hemel.
Ascese, de loutering
in een weg van ontaardsing en ontvleselijking, helpt daarbij en is
daarmee een belangrijk onderdeel
van de theosis. In de
zoektocht naar een nieuwe spiritualiteit werd in Nederland de mystiek
herontdekt. De mystiek sloot aan bij het verlangen naar een niet
bekneld,
misschien zelfs extatisch leven en naar het verlangen om in het hier en
nu het
verloste leven te ervaren. Dat zijn noties die aansloten bij het
bevrijdingsverlangen van de jaren zestig, maar vaak ook niet verder
kwamen dan het
individualisme van die jaren: de mysticus kan zelfstandig en zonder
tussenkomst
van kerk of Christus aan het goddelijke participeren. Het vreemde feit
doet
zich voor dat deze mystieke ervaringen een grote blijvende indruk
maken, maar
dat het toch onduidelijk is hoe dat je ziel, je levenswijze of je staan
in de
samenleving verandert. Verbinding
van spiritualiteit en engagement Ik
lees in het werk van Heleen Zorgdrager een poging om de beide sporen
van
engagement en spiritualiteit met elkaar te verbinden. Heel verrassend
kiest ze
theosis daarbij als kernbegrip. Ze wil het ontwikkelen als een
‘zoekontwerp’ (Zorgdrager
2014b:5) dat het in zich heeft mensen te veranderen - te transformeren
– en hen
tegelijkertijd op onze wereld met zijn lijden te richten. Het is een oecumenisch
zoekontwerp omdat het de grenzen van Orthodoxe en Westerse theologie
overstijgt:
het is een programma voor een gezamenlijke, verbindende zoektocht. Ze kiest daarbij een
feministisch-theologische invalshoek, overeenkomstig haar eigen
feministische
inzet. Ze laat vrouwen aan het woord over theosis, die de
individualistische en
wereld mijdende tendens in de theosis verlaten en veel socialere en
geëngageerdere ontwerpen van theosis voorstellen. In haar inaugurele
rede (Zorgdrager
2014b) heeft ze dit als programma gepresenteerd en in de afgelopen
jaren heeft
ze het in een aantal artikelen uitgewerkt (Zorgdrager 2012, 2014a,
2015, 2019,
2021), waarin ze een overzicht geeft van de inzichten van Myrrha
Lot-Borodine
(1882-1957), Maria Skobtsova (1891-1945), Elisabeth Behr-Sigel
(1907-2005) en
Sarah Coakley (1951). Theosis Deze auteurs volgend
gaat het bij theosis –
anders dan bij de woestijnvaders - om de hele mens in haar of zijn
eenheid van
ziel en lichaam. De participatie aan God doen we met ons hele
menselijke
bestaan en we doen dit in een vorm van overgave, die ons uit onszelf
haalt en waarin
wij veranderd worden. Theosis is daarbij niet een individuele
onderneming voor
zelfperfectie maar een sociaal gebeuren dat ons verbindt met en richt
op
anderen. Als Christus in onze ellende zijn eigen goddelijke beeld ziet
en in
ons een reflectie van zijn eigen eeuwige heerlijkheid en schoonheid
ontdekt,
dan is ieder mens, als beeld van God, van waarde. Voor ons bestaat
daarmee de
opgave om, in navolging van Christus, voortdurend op zoek te gaan naar
het goddelijke
beeld in onze naaste. Dat beeld van God in ons definieert ons ten
diepste, en
niet ons gender of onze sociale
positie. Sarah
Coakley, die opgroeide in de jaren zestig, reflecteert op de theosis
via een
ander thema uit die jaren: het verlangen. Ze start
haar reflectie bij het gebed. De mens die in het gebed God probeert te
zoeken
ontdekt de moeizaamheid van het gebed: het gebrek aan taal, de leegte
of de teleurstelling
over het eigen bidvermogen. In de crisis die dat oplevert blijft alleen
een
drift naar God over, die nauw verbonden en verknoopt is met het
seksuele
verlangen: eenzelfde ontregeling en extase, eenzelfde ontgrenzing en
ontzelving. Op dat moment, zo zegt Coakley, kan het gebeuren dat ons
verlangen
overgenomen wordt door de Geest (Romeinen 8:26). Gods Geest neemt ons mee in haar
eigen
beweging en transformeert onze verlangens zodat ze niet langer onszelf
en onze
medemensen beschadigen, maar bloei bevorderen. Onze verlangens worden
niet
onderdrukt, maar meegenomen en geordend in de beweging van de Geest.
Coakley waardeert
onze verlangens positief. Ze herkent de ontregeling en extase van het
erotische
verlangen als verwant met de theotische stijging naar God.
Tegelijkertijd
begrenst ze de liberaal-hedonistische kijk op het menselijke leven,
waarbij het
leven alleen bestaat uit genieten, doordat de Geest onze verlangens om
te
bezitten zuivert en ‘breekt’ en ons voert tot een levenslang proces van
transformatie. Elke seksuele identiteit kan door de Geest in dienst
worden genomen
en getransformeerd. Ieder mens kan worden opengebroken om hier op aarde
een vol
en godgevallig sociaal dienstbaar leven te leiden. De noodzaak om beide
sporen van
engagement en spiritualiteit met elkaar te verbinden is dringender dan
voorheen.
Het maatschappelijke activisme van de afgelopen 60 jaar had plaats
binnen het
duidelijke kader van de liberale rechtstaat. Het ging ook uit van de
aanspreekbaarheid van mensen op vrijheid, gelijkheid en menselijke
waardigheid.
Die kaders zijn weg aan het vallen door de opmars van autoritaire
denkvormen en
autoritaire leiders. Menselijk leven komt wereldwijd in de knel. Elke
theologie
moet daarom als eerste de menselijke waardigheid benadrukken. De
theologes die
Heleen Zorgdrager naar voren haalt verbinden de menselijke waardigheid
direct
met de goddelijke waardigheid doordat ze God en mens met elkaar
verbinden in het
proces van theosis: ontmoeting, versmelting en transformatie. Ieder
mens wordt
gedefinieerd door het beeld van God in haar of hem. Zo is de
kostbaarheid, de
gelijkheid en de bloei van ieder mens niet zozeer een ethische opgave
voor
christenen, maar het fundament van elk spreken over God en mens. Dat
kan een
enorme kracht opleveren, een spiritueel-maatschappelijke energiestroom
die een
weerwoord biedt en meer: een inspirerende oecumenische en missionaire
kracht over
traditiestromen en kerkmuren heen. Coen Wessel Biographical Note Coen Wessel (1960) is
algemeen
secretaris van de Raad van Kerken in Nederland. Hij publiceert over
theologie,
cultuur en politiek. Bibliografie -
Heleen E.
Zorgdrager (2012), “A Practice of Love.
Myrrha Lot-Borodine (1882-1954) and the Modern Revival of the Doctrine
of
Deification”, Journal of Eastern Christian Studies 64 (3-4): 287-307. -
H.E.
Zorgdrager, Gewoon goddelijk. Theosis als oecumenisch zoekontwerp voor
een
inclusief denken over verlossing, (2014a), Amsterdam -
Heleen
Zorgdrager (2014b) “Reclaiming theosis: Orthodox
Women Theologians on the Mystery of the Union with God”, Internationale
Kirchliche Zeitschrift 104 (3): 220-245. -
Heleen
Zorgdrager (2015), “Een theologie van verlangen, Sarah Coakley over
seks,
triniteit en gender” in: Frank Bosman, Toptheologen. The Next
Generation, Heeswijk-Dinther:
Berne Media, 111-125. -
Heleen
Zorgdrager (2019),
“Is Theosis a Gendered Concept? Theological
Pitfalls and
Perspectives for an Inclusive Affirmation of Human Dignity”, Journal
of
Eastern Christian Studies 71 (3-4): 343-368. -
Heleen
Zorgdrager (2021), “Liefde voor God, liefde voor de mens, vrouwelijke
orthodoxe
theologen over theosis en menselijke waardigheid”, Perspectief 55,
geraadpleegd
op 20 oktober 2025 op https://www.oosterschristendom.nl/vrouwen/liefde-voor-god-liefde-voor-de-mens/.
|