Europa na 'Nooit meer Auschwitz'
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog


Het afgelopen jaar zijn er grote protesten geweest tegen de oorlog in Gaza en is er gediscussieerd over de zin en noodzaak van sancties.


Maar ik wil ergens anders over nadenken. Namelijk wat betekent de aanval van Hamas en de oorlog in Gaza voor ons in Europa. En dan bedoel ik niet welke maatschappelijke spanningen veroorzaakt dit, maar ik doel op de vraag wat de oorlog in Gaza betekent voor de grondslag van ons samenleven. Want de gevolgen van deze oorlog zijn verreikend. Na de aanvallen van Hamas en van Israël, is de ethische bodem onder Europa weggeslagen.

‘Nooit meer Auschwitz’

De grond van de ethiek van Europa was het parool ‘Nooit meer Auschwitz’. ‘Nooit meer Auschwitz’ betekende: nooit meer pogroms en massamoord op joden. Tegelijkertijd had het een bredere strekking: nooit meer vervolging van minderheden, nooit meer nationalisme dat anderen verstikt, maar integendeel: mensenrechtenverdragen, asielopvang. Door de aanval van Hamas en de grensoverschrijdende Israëlische reactie, is dit parool niet meer het maansteenrif van de Europese beschaving. Er is iets veranderd, iets verloren gegaan, al is het nog niet eenvoudig om dat precies te omschrijven. Het lijkt dat we van een internationale samenleving die – althans in theorie - gegrond is op recht opschuiven naar een (internationale) samenleving die gebaseerd is op naakte macht die verbonden is met een racistisch superioriteitsdenken.


‘Nooit meer Auschwitz’ was aanvankelijk vooral een parool. Adorno (1903-1969) noemde het de eerste eis aan elke opvoeding: ‘‘De eis dat er geen herhaling van Auschwitz plaats mag hebben, is de allereerste eis aan elke opvoeding. Ze gaat zozeer vooraf aan andere eisen, dat ik niet de noodzaak zie deze eis te funderen, noch de plicht daartoe gevoel. Haar te funderen zou iets schandaligs zijn oog in oog met het monsterlijke, dat daar gebeurde.”[i] Elk nieuw mensenleven moet voor Adorno in dit teken staan. Het is een evidentie die hij niet wil onderbouwen. Dat zou een soort desacralisering zijn van Auschwitz, een voorbijzien aan de slachtoffers, het schenden van een taboe.


Vanaf de jaren zeventig en tachtig wordt ‘Nooit meer Auschwitz’ het ijkpunt van de publieke moraal. De publicist Jan Oegema schrijft in dit verband over een publieke religie. De opkomst van de publieke religie rond Auschwitz liep parallel met de neergang van het christendom, dat tot dan toe de publieke religie was geweest. Het vulde een leegte en gaf een verbondenheid aan een samenleving die niet meer één groot verband kende.

Kwetsbaar parool


‘Nooit meer Auschwitz’ is altijd een kwetsbaar parool geweest. Het feit dat Auschwitz al eens gebeurd was opende voor altijd de mogelijkheid dat het opnieuw zou gebeuren. Het roepen van ‘Nooit meer Auschwitz’ had iets van het hard drukken op het deksel van een borrelende beerput.


‘Nooit meer Auschwitz’ is ook een kwetsbaar parool omdat het vooral een negativiteit uitdrukt. Je wil vooral dat iets niet gebeurt, iets verhinderen. Pluriformiteit wil verhinderen dat een minderheid het onderspit delft. Antiracisme wil discriminatie voorkomen. Het parool ‘Nooit meer Auschwitz’ interfereert daarbij op merkwaardige wijze met het dominante negatieve vrijheidsbegrip in onze samenleving: dat je alles mag doen voor jezelf, behalve een ander schaden.


Negatieve geboden zijn op zich niet slecht. De tien geboden zijn deels negatieve geboden. Ze scheppen een ruimte doordat ze begrenzen van wat niet mag. Maar binnen die begrensde ruimte moet ook wat gebeuren. Daar moeten bewegingen van leven, streven en gemeenschap plaats hebben. Anders verzandt het in een weinig begeesterd leven met vooral toezicht op het gebruik van de juiste taal.

Ondermijning

En nu is het deksel er af. De aanval van Hamas betekende dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog joden op grote schaal vermoord werden. Niet in de orde van grootte van Auschwitz, maar toch groot. Een massamoord op joden. Daarmee schopte Hamas ook tegen Europa. Europa had op zich genomen dat dit nooit weer zou gebeuren, maar het gebeurde toch.
Op een perverse manier ondermijnt deze massamoord van Hamas het parool ‘Nooit meer Auschwitz’. Het is gebeurd, het is opnieuw gebeurd en het is nu veel voorstelbaarder dat het nog een keer gebeurt. Vergelijkbaar met wat er gaat gebeuren als ooit een land opnieuw een atoomwapen gaat gebruiken. Dan is op dat gebied het hek van de dam.

Ik weet niet hoe Israël wel had moeten reageren, maar Israël reageerde voorbij onze morele grenzen. Sinds Augustinus stellen we aan de oorlogvoering de eis dat de vergelding proportioneel is. Maar Israëls vergelding is niet proportioneel. Israël heeft – net als veel andere staten – al eerder niet proportioneel gehandeld en ethische normen geschonden, maar de schaal waarop dit nu gebeurde en de openlijkheid waarmee het gebeurde zijn ongekend in de Israëlische geschiedenis.

Israël

Voor Europeanen is de stichting van de staat Israël onlosmakelijk verbonden met de gedachtenis van Auschwitz. Het is begrepen in het christelijke schema van dood en opstanding, al is er nooit een mainstream theoloog geweest die dit zo gezegd heeft. Het is veel meer een interpretatie die vanuit de cultuur wordt opgedrongen: na het lijden in Auschwitz is er een opstanding in de staat Israël geweest. Voor een deel is die opstanding ook reëel geweest: in Israël is het vernietigde Europese joodse leven voor een deel weer opgebouwd. En vanuit Israël zijn krachtige impulsen gegaan naar het joodse leven in de VS en Europa.


In Europa hadden we het het liefst gezien dat Israël een voorbeeldig land was geweest. Met sociaaldemocratische, volksdansende Kibbutsniks of transgender songfestivalwinnaars. Zo’n voorbeeldig land had het Europese christelijke plaatje compleet gemaakt: geleden in Auschwitz onder Hitler, maar na drie jaar opgestaan als vleesgeworden utopie. Maar Israël heeft altijd terecht geweigerd om de Shoa te zien als een opvoedkundige les voor joden. Het heeft zijn eigen leven willen leiden, inclusief de mogelijkheid om net als iedere andere natie over de schreef te gaan.
Timothy Snyder schreef 15 jaar voor de jongste Gaza-oorlog met veel ironie: ‘De betekenis van de staat Israël voor Europeanen is verbonden met de holocaust: het verwijst naar een verloren messias wiens nalatenschap ons in ieder geval in staat heeft gesteld een nieuwe, seculiere moraal te ontwikkelen. Maar de daadwerkelijk bestaande joden in Israël verstoren dit verhaal. Ze veroorzaken problemen. Het zou beter zijn – zo luidt deze gedachtegang – als ze niet zoveel problemen zouden veroorzaken en ons Europeanen in alle rust zouden laten interpreteren – vandaar de focus op de misdrijven van Israël onder Europese commentatoren’.[ii]

Israël is naar zijn zelfverstaan veel meer dan het resultaat van de Shoa. De stichting van de staat Israël sloot aan bij een eeuwenoude joods verlangen naar een eigen staat. Israël bleek ook een opportuun toevluchtsoord voor de ontheemden van discriminatie en etnische zuivering in Oost-Europa voor, in en na de oorlog, al snel gevolgd door honderdduizenden Joden die vervolging en discriminatie in de Arabische landen en de voormalige Sowjet Unie ontvluchtten.

De laatste jaren heeft Israël een felnationalistische regering gekregen. Ook hierin fungeert het overigens als een utopisch voorbeeld, dit keer voor nationalistische conservatieven wereldwijd.

Na ‘Nooit meer Auschwitz’

Is het parool ‘Nooit weer Auschwitz’ nog steeds krachtig genoeg om de pluraliteit in de samenleving te waarborgen en de aanvallen op de rechtstaat te weerstaan? De aanval van Hamas heeft de overtuigingskracht van het parool ‘Nooit weer Auschwitz’ verminderd. Nog meer dan voorheen blijkt het een machteloos parool. Dat ook Israël zich schuldig maakt aan verdrijving en moord op grote schaal raakt ons minstens zo diep. Dat hoort niet bij de messiaanse rol die wij Israël hebben toegedicht. Voor ons besef had Israël voorop moeten lopen in ethisch verantwoord gedrag. Maar nu onze vaandeldrager zijn rol weigert staan wij voor de vraag: wat nu?


Aanvulling op ‘Nooit weer Auschwitz’ is meer dan ooit nodig. Dat kan vanuit het christendom. Dan komt de menselijke waardigheid en de kostbaarheid van ieder mens als beeld van God centraal te staan in de samenleving. Het Christendom zou dan een bezieling kunnen geven, die nu gemist wordt. Maar al zijn er tekenen dat jongeren niet meer zo vijandig staan tegenover het Christendom als voorheen, er is weinig dat erop wijst dat er een restauratie plaats zal vinden. Een andere mogelijkheid is het teruggrijpen op de deugdenethiek. De deugdenethiek is al enkele decennia bezig aan een comeback. Recent schreef Beatrice de Graaf daar een artikelenreeks over in de NRC. Als ik haar goed begrijp, probeert zij deze deugdenleer als een verbond van antiek en christelijk denken te presenteren, dat voor brede groepen in onze samenleving aanvaardbaar zou moeten zijn.


Helaas ligt het veel meer voor de hand dat het ‘Nooit weer Auschwitz’ verdrongen wordt door etnisch nationalisme, al dan niet verbonden met een vorm van cultuurchristendom. Dit denken wordt ondersteund door autoritaire leiders wereldwijd. De aanlokkelijkheid van dit etnische nationalisme is dat het een vorm van verbinding en samenhang in de samenleving belooft. In een wereld die er niet op vooruit gaat is etnisch nationalisme bovendien omgeven met de glans van een gouden verleden. Uiteindelijk kunnen alleen geweld en apartheid dit soort samenlevingen overeind houden. ‘Nooit weer Auschwitz’ wordt dan verdrongen door zijn tegendeel.

Coen Wessel

 Verschenen in 'In de Waagschaal' 2026 nr.2



[i] ‘Die Forderung, daß Auschwitz nicht noch einmal sei, ist die allererste an Erziehung. Sie geht so sehr jeglicher anderen voran, daß ich weder glaube, sie begründen zu müssen noch zu sollen… Sie zu begründen hätte etwas Ungeheuerliches angesichts des Ungeheuerlichen, das sich zutrug’. Adorno, “Erziehung nach Auschwitz”, in: Stichworte. Kritische Modelle 2, Frankfurt 1969 p. 85

[ii] Tony Judt, with Timothy Snyder, Thinking the Twentieth Century, London 2012 p.122