| Gemeenschap
en catastrofe |
|
| Naar
Homepage Naar Preekarchief Naar Weblog |
‘Hoe kunnen we leven in een tijd van
crisis’, vraagt Marius
van Hoogstraten (1985), docent aan het seminarie van de Doopsgezinden,
zich af
in zijn nieuwe boek ‘Community and Catastrophe’? Hoe houden we het vol
om in
een tijd, waarin de hoop op betere dagen een illusie is, met zorg,
liefde,
geloof en verbondenheid te leven? Om die vraag te onderzoeken gaat van
Hoogstraten terug naar
de stichtingsdagen van zijn eigen Doperse kerkgenootschap. Dat was de
tijd vlak
na de Duitse Boerenoorlog (1524-1525). Die oorlog was voor de
opstandige boeren
in een catastrofe geëindigd. Ze waren verslagen, hun aanvoerder Thomas
Müntzer
was onthoofd en hun geloof in een spoedige komst van het Godsrijk was
verwoest.
In die tijd kwamen een aantal Doopsgezinden bij elkaar in het Zwitserse
plaatsje Schleitheim. Daar overlegden ze met elkaar en stelden ze een
tekst op
die de geschiedenis is ingegaan als de Belijdenis van Schleitheim. Van
Hoogstraten leest de zeven artikelen van dit belijdenisgeschrift
nauwkeurig,
beklopt de woorden, draait ze om en om en probeert zo voor ogen te
krijgen hoe
ook wij in onze weinig optimistische tijd in geloof en vriendschap
kunnen
leven. Doopsgezinden hebben geen belijdenisgeschriften – iedere volwassene moet bij haar of zijn doop zelf een belijdenis schrijven – en de Belijdenis van Schleitheim is dan ook geen echt belijdenisgeschrift, zo stelt van Hoogstraten. Nergens in het document staat wat je wel of vooral niet moet geloven. Het document is ook geen ethiek, het zegt niet wat je wel of niet moet doen. Het is veel meer een regel voor het samenleven. Daar komt het in een tijd van catastrofe op aan: hoe houd je elkaar vast, hoe zorg je ervoor dat je goed samenleeft. Het document is niet gericht op een toekomst, maar op een hier en nu, dat nooit volmaakt is en altijd wat kliederig zal blijven. Doop De verschillende artikelen van de belijdenis behandelen de doop, de ban, het (Avondmaals)brood, de omgang met het kwaad van de wereld, de clerus, de overheid en de eed. Van Hoogstraten laat zien dat er een mooie lijn in het belijdenisdocument zit. De Schleitheimbelijdenis begint met de doop. Dat is natuurlijk de volwassendoop en je zou in de verleiding kunnen zijn om in de keuze van een volwassene om zich te laten dopen een moment van absolute vrijheid te zien: ik kies voor Christus en ik verzaak mijn oude leven. Van Hoogstraten laat zien dat de Schleitheimbelijdenis veel ambivalenter is. Er is sprake van een initiatief van God en van een ontvangende gemeenschap en pas in relatie met hen vindt de doop plaats. De vrijheid van een christen is niet een soevereine, hoogst individuele daad, maar is onderdeel van een co-creatie van God, gelovige en gemeenschap. De echte vrijheid is niet los van anderen. Clerus In het midden gaat het over de clerus. Ook hier gaat het om de gemeenschapsrelatie. De voorganger en de gemeenschap staan in een relatie van wederzijdse zorg. De predikant zorgt voor de gemeente. Dat doet zij of hij niet door overheersing met één gezaghebbend woord, maar door voorwaarden te scheppen voor de bloei van de gemeenteleden. De gemeente zorgt voor de predikant – bijvoorbeeld via een traktement. Dat is volledig anders dan de heerschappij van de machthebbers van die dagen en van de autocraten in onze wereld. Eed Van Hoogstraten eindigt met de eed.
Doopsgezinden zweren
niet en de Schleitheimbelijdenis onderstreept dat. Het verbod op de eed
is
daarbij meer dan een biblicisme (‘het moet van Jezus’). De eed, zo
stelt van
Hoogstraten, was een manier om een absoluut woord te spreken en dat
door God te
laten bekrachtigen. Maar een mens heeft de macht niet om zaken voor
altijd vast
te stellen. Niet zweren is een weigering om wereldse
heerschapsstructuren in
het leven van de gelovige en van de gemeente binnen te halen. Maar hoe moet het dan wel? Daarvoor verwijst
van Hoogstraten
naar de letterlijke woorden van Jezus, waarin Jezus achter elkaar ‘ja
ja’ en
‘nee nee’ zegt. Op zijn Derridiaans legt van Hoogstraten dat uit als de
noodzaak tot repetitie: steeds opnieuw zal een mens ‘ja’ of ‘nee’
moeten
zeggen. Coen Wessel Marius van Hoogstraten, Community and
Catastrophe, London
2025, 160 pp. € 35,45 |