
1. Komt, verwondert u hier,
mensen,
ziet, hoe dat u God
bemint,
ziet vervuld der zielen
wensen,
ziet dit nieuwgeboren
kind !
Ziet, die 't woord is,
zonder spreken,
ziet, die vorst is,
zonder pracht,
ziet, die 't al is, in
gebreken,
ziet, die 't licht is,
in de nacht,
ziet, die 't goed is,
dat zo zoet is,
wordt verstoten, wordt
veracht.
2. Ziet, hoe dat men met Hem handelt,
hoe men Hem in doeken
bindt,
die met zijne godheid
wandelt
op de vleugels van de
wind.
Ziet, hoe ligt Hij hier
in lijden
zonder teken van
verstand,
die de hemel moet
verblijden,
die de kroon der
wijsheid spant.
Ziet, hoe tere is de
Here,
die 't al draagt in
zijne hand.
Ik wil
met u stilstaan bij het lied ‘Komt, verwondert u hier,
mensen’, gezang 139 uit het Liedboek voor de Kerken. Ik begin
door de eerste coupletten met u regel voor regel door te lezen.
Verwondert
u, vraagt de eerste regel van het lied. Je moet je verwonderen want er
is iets
wonderlijks gebeurd: er is een wonderlijk kind geboren. Het lied
probeert dit
wonder onder woorden te brengen en daarvoor gaat het in tegenstellingen
spreken. De tegenstellingen die steeds gaan over dit hele kleine
mensenkind dat
zo’n grote goddelijke betekenis heeft.
Ziet
die ‘t woord is, zonder spreken.
Het kind
is het Woord van God (Johannes 1:1), maar hier in de kribbe zegt hij
nog niets.
Ziet
die vorst is zonder pracht.
Jezus is
de de vredevorst, hij is Zoon van David, maar hier in de stal ligt hij
in een
kribbe zonder pracht.
Ziet
die ‘t al is, in gebreken
Jezus is
het ‘al’ (Kolossenzen 1:16), maar hij is hier nog
maar een gebrekkig kind
Ziet
die ‘t licht is, in de nacht
In de
nacht van Kerstmis, waarin alles donker is, zien we Christus die het
licht is.
Ziet
die ‘t goed is dat zo zoet is,
Hij is
goed en lieflijk, maar hij wordt verstoten, wordt veracht (denkt
u
daarbij aan het lijden en sterven van Jezus.
In het
tweede couplet wordt dat voortgezet.
Ziet
hoe dat men met hem handelt,
hoe
men hem in doeken windt
Kijk
eens hoe er maar met hem gedaan en omgesjord wordt, het kleine kindje
moet zich
dat allemaal maar laten welgevallen,
Hij
wordt in doeken gewonden, helemaal ingebakerd en vastgesjord, zoals ze
dat
vroeger deden met kleine kindjes, terwijl hij toch iemand is die loopt op
de
vleugels van de wind, dat is een beeld van ruimte, vrijheid
en
ongebondenheid (II Samuel 22:10-11, Psalm 18:10-11, Psalm 104:3).
Ziet
hoe ligt hij hier in lijden
zonder
teken van verstand
Wat
huilt het kindje in zijn kribbe, hij ligt in lijden
en wat
is het kindje nog onnozel, zonder teken van verstand
en toch
dit kind zal de hemel verblijden
en is de
allerhoogste wijsheid, die de hemel moet
verblijden, die de kroon der
wijsheid spant
Ziet
hoe tere is de Here
kijk
eens hoe kwetsbaar hij is en wat een kleine vingertjes hij heeft
en toch
draagt hij de gehele schepping in zijn hand, die
‘t al draagt in
zijne hand
(‘He’s got the whole world in his hand’).
Paulus
Het
Kerstlied ‘Komt verwondert u hier mensen’ is
zo’n 400 jaar oud, maar deze
manier van spreken over Jezus in tegenstellingen heeft veel oudere
wortels. We vinden het al in het oudste christelijke geschrift dat we
kennen,
de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente in Korinthe, I
Korinthiërs.
In deze brief schrijft Paulus:
18.
De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie
verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God.
27.
wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God
uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak
is,
heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; 28 wat in de ogen van
de
wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God
uitgekozen om
wat wél iets is teniet te doen.
De
boodschap van het kruis is dwaas in de ogen van de wereld. De kruisdood
van
Christus is in de ogen van de meeste mensen een vernederende en
oneervolle
zaak. Jezus is maar een dwaas dat hij zich heeft laten kruisigen,
zullen velen
vinden. Maar zegt Paulus: voor de meeste mensen is het misschien dwaas
dat
Jezus is gekruisigd, maar de kruisdood laat zelfs de meest wijze mensen
met de
mond vol tanden staan. Wat onbeduidend is in de ogen van mensen en
wordt
veracht door de mensen blijkt het belangrijkste van de wereld te zijn.
Zoals Paulus spreekt over
Jezus, die
gekruisigd wordt, zo spreekt het lied over Jezus in de
kribbe. Alles wat Paulus over het kruis zegt, wordt hier over
de
kribbe gezegd. Het lied verplaatst als het ware wat over het kruis
gezegd wordt naar de kribbe.
Het zou kunnen zijn dat dat
gedaan is uit
didactische en missionaire overwegingen: de kruisdood is moeilijk uit
te leggen en moeilijk invoelbaar, maar iedereen kan zich inleven in het
kleine kindje in de kribbe. Door op deze manier over de kribbe te
spreken, wordt het mogelijk om ook over het moeilijkere van de
kruisdood te spreken.
Derde
couplet
Ik
wil nu met u verder kijken naar de rest van het lied.
Oorspronkelijk
had dit Kerstlied niet drie coupletten,
maar vier coupletten. In het Liedboek voor de Kerken is het
oorspronkelijke
derde couplet weggelaten. In
de Friese vertaling van het liedboek is dit derde couplet wel opgenomen
in
een vertaling van Bernard Smilde, ook het Oud-Katholiek Gezangboek
heeft dit
derde couplet. Het derde couplet gaat als volgt:
Die
de hemel heeft geschapen
en versiert het firmament,
moet hier in een kribbe slapen,
wordt in hooi en stro gewend
Die de schone serafijnen
altijd heeft tot zijn gebod,
heeft de beesten als de zijnen,
laat zich steken in dit kot,
in deez’ hoekskens, in deez’doekskens
in dit huiske zonder slot.
Dit
oorspronkelijke derde couplet benadrukt nog eens het
verschil tussen de hemelse Christus en de lage plaats van Christus in
de stal.
Die
de hemel heeft geschapen
en versiert het firmament,
moet hier in een kribbe slapen,
wordt in hooi en stro gewend
Christus
die de hemel heeft geschapen en zo mooi versierd
heeft, moet in een eenvoudig kribje slapen.
Die
de schone serafijnen
altijd heeft tot zijn gebod,
heeft de beesten als de zijnen,
laat zich steken in dit kot,
Hij
kan de mooie engelen, de serafijnen, gebieden, hij
heerst over deze engelen die hoger staan dan de mensen, maar hij
zit
temidden van de beesten, de os, de ezel, de schapen en geiten, in de
stal. De
beesten die lager
zijn dan de mensen.
In dit
couplet wordt beschreven wat Paulus schrijft aan de gemeente in
Filippi. Daar
schrijft Paulus:
6
Hij (= Christus)
die de
gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar
deed er
afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan
een mens.
8 En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam
tot in de
dood – de dood aan het kruis. (Filippenzen 2:6-7)
Christus
vernederde zich door mens te worden, door uit
zijn hoge hemel neer te dalen. Voor Paulus is de vernedering van
Christus dan
vooral de vernedering van zijn kruisdood. In dit couplet van
“Komt, verwonder u
hier, mensen” is de vernedering vooral de vernedering van de
nederige geboorte
in de stal. Niet meer tussen de engelen, maar tussen de dieren. Ook
hier is een verplaatsing van wat er over de kruisdood gezegd
wordt door Paulus, naar wat er over de geboorte gezegd wordt.
Omslag