De droom van een Europees keizerrijk |
|
| Naar
Homepage Naar Archief |
De encycliek veroordeelde ook
krachtig de verdeeldheid in
Europa. Die verdeeldheid was ontstaan, zo stelt de encycliek, omdat de
nationale staten zichzelf een eigen gezag toekenden – onafhankelijk van
de
kerk. Dat leidde er toe dat zij niet de gezamenlijke mensheid op het
oog hadden
maar alleen het nationale belang. De Reformatie verbrak de eenheid van
Europa
en bereidde de Verlichting voor die de godloze totalitaire staten
opleverde.
Bij alle strijdbare en vredelievende woorden is de encycliek ook
doortrokken
van een heimwee naar voorbije eeuwen. Na de oorlog zijn het
voornamelijk Rooms-Katholieke pioniers
geweest die zich ingezet hebben voor de Europese eenheid. Mensen als
Schumann,
Monnet en De Gasperi wisten het Rooms-Katholieke heimwee om te zetten
in een
vredesproject. Ze keken voorbij de realiteit van nationale staten en
zagen een
langzaam groeiend Europa voor zich. Wie leest over het fascinerende
ontstaan
van de Europese Unie en zijn voorgangers komt onder de indruk van de
moed en de
verziendheid van deze pioniers van Europa. Binnen-Europees denken Maar wie in 2025 kijkt naar hun
inzet, ziet ook de
beperktheid. Europa was voor hen een binnen-Europees project, gericht
op
Europa. Hun hoofddoel was dat de Europese staten nooit meer met elkaar
in
oorlog zouden komen. Een prachtig doel, maar daarmee bleef de rest van
de
wereld buiten beeld. Dat laat nog iets zien van de wereld waarin deze
pioniers
opgroeide en van het beginnen van het Europese denken in de tijd voor
de Tweede
en deels zelfs voor de Eerste Wereldoorlog. Het was de tijd dat Europa
nog het
centrum van de wereld was en de VS zich aan de andere kant van de
oceaan had afgesloten
en zich niet met Europa bemoeide. Na de Tweede Wereldoorlog kon deze
Europese
gerichtheid lange tijd ongewijzigd blijven. Het Westen van Europa werd
min of
meer beheerst door de Verenigde Staten, tot wederzijds voordeel: de VS
had alle
voordelen van een wereldhegemoon en Europa had goede en relatief
goedkope
defensie. Die tijd is voorbij. De wereld
is multipolair aan het worden
en de VS begint andere prioriteiten te krijgen dan het verdedigen van
Europa.
Al sinds het presidentschap van Obama is de VS zich aan het
terugtrekken uit
Europa. Trump heeft daar nog een fors aantal scheppen bovenop gegooid
door
Europa te dwingen voor de eigen defensie te gaan zorgen. Wie er in de
komende
jaren ook president wordt van de VS, de tijd dat de VS een grote
bijdrage
levert aan de verdediging van Europa is voorbij. Dat verdedigen is nodig sinds
de bedreiging van Rusland is
teruggekomen. Rusland is Oekraïne binnen gevallen en bedreigt Europa
deels
militair, deels door (cyber)sabotage en allerlei vormen van
beïnvloeding. In
die situatie moet Europa zichzelf verdedigen. Niet alleen zonder de VS,
maar
wellicht ook tegen de VS. In de VS heeft een groep de macht gekregen
die actief
de rechtstaat ontmantelt, racistisch is en niet maalt om de
internationale
rechtsorde. Daarbij probeert Trump aan de rest van de wereld – en dus
ook aan
Europa – schatting op te leggen via importtarieven. Het is onduidelijk
of deze
ontwikkeling zich doorzet, maar het is mogelijk dat de VS van een
bondgenoot in
een vijand aan het veranderen is. Voor Europa is dit geheel nieuw
terrein. Het is opgericht om
intern de vrede te bewaren. Niet om zich als een grootmacht tegen een
vijandige
buitenwereld te verdedigen. Europa staat nu voor de vraag of ze die
nieuwe rol
op zich wil nemen. En voor de vraag hoe ze die rol van grootmacht
invult. Een ideaal Europa Het is niet moeilijk om een
ideaal beeld van zo’n grootmacht
Europa te schetsen. Dat zou een grootmacht zijn die wel rechtstatelijk
is en
die ook de internationale rechtsorde verdedigt. Het zou een Europa zijn
waarin
de Europese cultuur volop bloeit. Een continent van beschaving en
democratie.
Het zou een economische grootmacht zijn, met wereldwijde invloed, maar
dan
vooral ook door de regels die het aan zichzelf en daardoor ook aan
anderen
stelt. En met een Rijnlands model dat de welvaart spreidt. Het zou een
voortrekker kunnen zijn in de energietransitie – al was het maar omdat
het zelf
zo weinig olie en gas bezit. En ja, bij dit Europa hoort meer macht in
Brussel
en een stevige defensie en een eigen defensie-industrie. Het moet
zorgen dat
Oekraïne niet verliest en sterk genoeg zijn om de VS af te schrikken om
puberaal-imperiale plannen, zoals de verovering van Groenland, door te
zetten.
In zo’n idealistisch scenario zou ik niet bang zijn voor een
superstaat. De
ambtenaren in Brussel zijn dan gewoon een vierde bestuurslaag, naast de
gemeente, de provincie en het rijk. Soms staat een bestuurslaag voor je
gevoel
niet zo dichtbij – in de 20 jaar dat ik in Noord-Holland heb gewoond
heb ik me
nog nooit een Noord-Hollander gevoeld – maar er zijn grotere problemen.
Bij dit
ideaalbeeld voor Europa duikt in de literatuur ook steeds het beeld van
een
nieuw Europees keizerrijk op: een groot verband dat allerlei
verschillende plaatselijke
bestuurlijke arrangementen overkoepelt: zoals vroeger koninkrijken,
vrije
steden, bisdommen en graafschappen samenkwamen in het ene keizerrijk.
Samen sterk
in Europa en toch regionaal op maat gesneden. Pauselijke heimwee in
postmoderne
vorm. En als Europa groeit dan zal ook de Europese samenwerking van
kerken
hechter moeten worden in een goed geïnstitutionaliseerde Europese Raad
van
Kerken. In de politiek heb je dit soort
ideaalbeelden nodig. Je moet
ergens naar toe kunnen werken. Ikzelf ben ook gevoelig voor dit
vergezicht en
ik wil daar ook wel aan werken. Ik zie daar ook wel een plaats voor de
kerk in,
als een geestelijke kracht die dit project ondersteunt. Roofzuchtige macht Maar ik wantrouw dit
ideaalbeeld ook. Wordt de grootmacht
Europa wel zo’n prachtige staat? Of wordt het vooral de zoveelste
grootmacht? Wordt
Europa misschien zelfs een grootmacht die tot autocratie vervalt. Een
Marine Le
Pen aan de macht in een sterk Brussel is het einde van de beschaving.
Maar ook
een Europa dat intern rechtstatelijk en cultureel bloeiend is, kan over
de
grens een onderdrukkende roofzuchtige macht zijn. Janneke Stegeman en
Saskia
Pieterse laten in hun boek ‘Uitverkoren, hoe Nederland aan zijn
zelfbeeld komt’
zien, hoe een zelfbeeld van eigen voortreffelijkheid,
deugdzaamheid,
tolerantie en vrijheidsliefde in Nederland is samen gegaan met
imperiale
uitbuiting. Het lag nooit aan de (gereformeerde) Nederlanders, het
waren altijd
anderen (Joden, katholieken, zwarten) die de vrijheid en de
deugdzaamheid
bedreigden en die dus vrijelijk konden worden verdrukt of uitgebuit. De
Pauselijke encycliek deelt in dit volstrekt onkritische zelfbeeld. De
volken
van Europa heetten daar ‘de
opvoeders
en leermeesters van andere volken en landen’. De encycliek
vermeldt niet
dat de volken van Europa ook slavenhalers waren. De Europese idealen
die zo
gevoed zijn door dit onkritische heimweedenken kunnen makkelijk blind
maken
voor de eigen rol. Against the grain Maar wat is het alternatief
voor een imperiale rol? In het
prachtige boek ‘Against the grain’ (2017) schrijft James Scott over de
opkomst
van de eerste (imperiale) landbouwstaten. Hij poneert de these dat er
altijd
veel individuele migratie vanuit imperia, zoals het Romeinse Rijk, naar
ongecultiveerde ‘barbaarse gebieden’ is geweest. Binnen het imperium
moest je
hard en gedisciplineerd werken als belastingplichtige landbouwer, maar
eenmaal
de Rijn of de Donau over kon je leven van jacht, verzamelen en
extensieve
landbouw. Vanuit onze criteria wellicht een terugval in beschaving, maar voor elke migrant een
winst in
menselijkheid, gezondheid en levensvreugde. Zoals ook de Surinaamse
Marrons het
oerwoud in vluchtten voor een vrij bestaan of Israël het in Egypte voor
gezien
hield. Maar wij kunnen niet
ontsnappen. Er zijn geen barbaarse
vrije gebieden meer. Het alternatief voor het niet bouwen aan een
Europees
imperium is overheerst worden door Rusland, door een wellicht
autoritaire VS of
door een Duitsland dat zich opnieuw imperiaal en antidemocratisch
uitvindt. Rol van de kerken Ik pleit voor een
kritisch-positieve houding van de kerken
bij het optuigen van een nieuw Europees keizerrijk. Ja, er is meer
defensie
nodig, maar ook weer niet zo heel erg veel: tegen te veel bepantsering
kan de
kerk haar stem verheffen. En vóór alles is het nodig om naar vrede te
blijven
zoeken door diplomatie te versterken en door de relaties met Afrika,
India,
China en Brazilië uit te breiden. De kerk kan een kracht zijn die,
geheel in
lijn met de moedige encycliek van Pius XII, de eenheid van het
menselijk
geslacht blijft benadrukken en op blijft komen voor het internationale
recht. Ze
kan een kerk zijn die ervaringen uit andere delen van de wereld via
haar
oecumenische kanalen inbrengt in Europa. Zo kan de kerk laten zien hoe
de mooie
woorden vanuit Europa in de praktijk van het mondiale Zuiden uitwerken.
Coen Wessel Met dank aan Anjo G. Harryvan
en Simon Polinder, De rol van
de vier ‘heiligen’, Katholieke inspiratie voor Europa in: Sophie,
Geschiedenis
en politiek, 2022 nr.4 p.14-19 |