De droom van een Europees keizerrijk

Naar Homepage

Naar Archief

In oktober 1939 publiceerde Paus Pius XII de encycliek ‘Summi Pontificatus’. De encycliek bevatte een krachtige veroordeling van de oorlog die Duitsland en de Sowjet Unie begonnen waren, veroordeelde de totalitaire aanspraken van overheden op de samenleving en voerde een hartstochtelijk pleidooi voor de gelijkheid van alle mensen en de eenheid van het menselijke geslacht.

De encycliek veroordeelde ook krachtig de verdeeldheid in Europa. Die verdeeldheid was ontstaan, zo stelt de encycliek, omdat de nationale staten zichzelf een eigen gezag toekenden – onafhankelijk van de kerk. Dat leidde er toe dat zij niet de gezamenlijke mensheid op het oog hadden maar alleen het nationale belang. De Reformatie verbrak de eenheid van Europa en bereidde de Verlichting voor die de godloze totalitaire staten opleverde. Bij alle strijdbare en vredelievende woorden is de encycliek ook doortrokken van een heimwee naar voorbije eeuwen.

Na de oorlog zijn het voornamelijk Rooms-Katholieke pioniers geweest die zich ingezet hebben voor de Europese eenheid. Mensen als Schumann, Monnet en De Gasperi wisten het Rooms-Katholieke heimwee om te zetten in een vredesproject. Ze keken voorbij de realiteit van nationale staten en zagen een langzaam groeiend Europa voor zich. Wie leest over het fascinerende ontstaan van de Europese Unie en zijn voorgangers komt onder de indruk van de moed en de verziendheid van deze pioniers van Europa.

Binnen-Europees denken

Maar wie in 2025 kijkt naar hun inzet, ziet ook de beperktheid. Europa was voor hen een binnen-Europees project, gericht op Europa. Hun hoofddoel was dat de Europese staten nooit meer met elkaar in oorlog zouden komen. Een prachtig doel, maar daarmee bleef de rest van de wereld buiten beeld. Dat laat nog iets zien van de wereld waarin deze pioniers opgroeide en van het beginnen van het Europese denken in de tijd voor de Tweede en deels zelfs voor de Eerste Wereldoorlog. Het was de tijd dat Europa nog het centrum van de wereld was en de VS zich aan de andere kant van de oceaan had afgesloten en zich niet met Europa bemoeide. Na de Tweede Wereldoorlog kon deze Europese gerichtheid lange tijd ongewijzigd blijven. Het Westen van Europa werd min of meer beheerst door de Verenigde Staten, tot wederzijds voordeel: de VS had alle voordelen van een wereldhegemoon en Europa had goede en relatief goedkope defensie.

Die tijd is voorbij. De wereld is multipolair aan het worden en de VS begint andere prioriteiten te krijgen dan het verdedigen van Europa. Al sinds het presidentschap van Obama is de VS zich aan het terugtrekken uit Europa. Trump heeft daar nog een fors aantal scheppen bovenop gegooid door Europa te dwingen voor de eigen defensie te gaan zorgen. Wie er in de komende jaren ook president wordt van de VS, de tijd dat de VS een grote bijdrage levert aan de verdediging van Europa is voorbij.

Dat verdedigen is nodig sinds de bedreiging van Rusland is teruggekomen. Rusland is Oekraïne binnen gevallen en bedreigt Europa deels militair, deels door (cyber)sabotage en allerlei vormen van beïnvloeding. In die situatie moet Europa zichzelf verdedigen. Niet alleen zonder de VS, maar wellicht ook tegen de VS. In de VS heeft een groep de macht gekregen die actief de rechtstaat ontmantelt, racistisch is en niet maalt om de internationale rechtsorde. Daarbij probeert Trump aan de rest van de wereld – en dus ook aan Europa – schatting op te leggen via importtarieven. Het is onduidelijk of deze ontwikkeling zich doorzet, maar het is mogelijk dat de VS van een bondgenoot in een vijand aan het veranderen is.

Voor Europa is dit geheel nieuw terrein. Het is opgericht om intern de vrede te bewaren. Niet om zich als een grootmacht tegen een vijandige buitenwereld te verdedigen. Europa staat nu voor de vraag of ze die nieuwe rol op zich wil nemen. En voor de vraag hoe ze die rol van grootmacht invult.

Een ideaal Europa

Het is niet moeilijk om een ideaal beeld van zo’n grootmacht Europa te schetsen. Dat zou een grootmacht zijn die wel rechtstatelijk is en die ook de internationale rechtsorde verdedigt. Het zou een Europa zijn waarin de Europese cultuur volop bloeit. Een continent van beschaving en democratie. Het zou een economische grootmacht zijn, met wereldwijde invloed, maar dan vooral ook door de regels die het aan zichzelf en daardoor ook aan anderen stelt. En met een Rijnlands model dat de welvaart spreidt. Het zou een voortrekker kunnen zijn in de energietransitie – al was het maar omdat het zelf zo weinig olie en gas bezit. En ja, bij dit Europa hoort meer macht in Brussel en een stevige defensie en een eigen defensie-industrie. Het moet zorgen dat Oekraïne niet verliest en sterk genoeg zijn om de VS af te schrikken om puberaal-imperiale plannen, zoals de verovering van Groenland, door te zetten. In zo’n idealistisch scenario zou ik niet bang zijn voor een superstaat. De ambtenaren in Brussel zijn dan gewoon een vierde bestuurslaag, naast de gemeente, de provincie en het rijk. Soms staat een bestuurslaag voor je gevoel niet zo dichtbij – in de 20 jaar dat ik in Noord-Holland heb gewoond heb ik me nog nooit een Noord-Hollander gevoeld – maar er zijn grotere problemen. Bij dit ideaalbeeld voor Europa duikt in de literatuur ook steeds het beeld van een nieuw Europees keizerrijk op: een groot verband dat allerlei verschillende plaatselijke bestuurlijke arrangementen overkoepelt: zoals vroeger koninkrijken, vrije steden, bisdommen en graafschappen samenkwamen in het ene keizerrijk. Samen sterk in Europa en toch regionaal op maat gesneden. Pauselijke heimwee in postmoderne vorm. En als Europa groeit dan zal ook de Europese samenwerking van kerken hechter moeten worden in een goed geïnstitutionaliseerde Europese Raad van Kerken.

In de politiek heb je dit soort ideaalbeelden nodig. Je moet ergens naar toe kunnen werken. Ikzelf ben ook gevoelig voor dit vergezicht en ik wil daar ook wel aan werken. Ik zie daar ook wel een plaats voor de kerk in, als een geestelijke kracht die dit project ondersteunt.

Roofzuchtige macht

Maar ik wantrouw dit ideaalbeeld ook. Wordt de grootmacht Europa wel zo’n prachtige staat? Of wordt het vooral de zoveelste grootmacht? Wordt Europa misschien zelfs een grootmacht die tot autocratie vervalt. Een Marine Le Pen aan de macht in een sterk Brussel is het einde van de beschaving. Maar ook een Europa dat intern rechtstatelijk en cultureel bloeiend is, kan over de grens een onderdrukkende roofzuchtige macht zijn. Janneke Stegeman en Saskia Pieterse laten in hun boek ‘Uitverkoren, hoe Nederland aan zijn zelfbeeld komt’ zien, hoe een zelfbeeld van eigen voortreffelijkheid, deugdzaamheid, tolerantie en vrijheidsliefde in Nederland is samen gegaan met imperiale uitbuiting. Het lag nooit aan de (gereformeerde) Nederlanders, het waren altijd anderen (Joden, katholieken, zwarten) die de vrijheid en de deugdzaamheid bedreigden en die dus vrijelijk konden worden verdrukt of uitgebuit. De Pauselijke encycliek deelt in dit volstrekt onkritische zelfbeeld. De volken van Europa heetten daar  de opvoeders en leermeesters van andere volken en landen’. De encycliek vermeldt niet dat de volken van Europa ook slavenhalers waren. De Europese idealen die zo gevoed zijn door dit onkritische heimweedenken kunnen makkelijk blind maken voor de eigen rol. 

Against the grain

Maar wat is het alternatief voor een imperiale rol? In het prachtige boek ‘Against the grain’ (2017) schrijft James Scott over de opkomst van de eerste (imperiale) landbouwstaten. Hij poneert de these dat er altijd veel individuele migratie vanuit imperia, zoals het Romeinse Rijk, naar ongecultiveerde ‘barbaarse gebieden’ is geweest. Binnen het imperium moest je hard en gedisciplineerd werken als belastingplichtige landbouwer, maar eenmaal de Rijn of de Donau over kon je leven van jacht, verzamelen en extensieve landbouw. Vanuit onze criteria wellicht een terugval in beschaving,  maar voor elke migrant een winst in menselijkheid, gezondheid en levensvreugde. Zoals ook de Surinaamse Marrons het oerwoud in vluchtten voor een vrij bestaan of Israël het in Egypte voor gezien hield.

Maar wij kunnen niet ontsnappen. Er zijn geen barbaarse vrije gebieden meer. Het alternatief voor het niet bouwen aan een Europees imperium is overheerst worden door Rusland, door een wellicht autoritaire VS of door een Duitsland dat zich opnieuw imperiaal en antidemocratisch uitvindt.

Rol van de kerken

Ik pleit voor een kritisch-positieve houding van de kerken bij het optuigen van een nieuw Europees keizerrijk. Ja, er is meer defensie nodig, maar ook weer niet zo heel erg veel: tegen te veel bepantsering kan de kerk haar stem verheffen. En vóór alles is het nodig om naar vrede te blijven zoeken door diplomatie te versterken en door de relaties met Afrika, India, China en Brazilië uit te breiden. De kerk kan een kracht zijn die, geheel in lijn met de moedige encycliek van Pius XII, de eenheid van het menselijk geslacht blijft benadrukken en op blijft komen voor het internationale recht. Ze kan een kerk zijn die ervaringen uit andere delen van de wereld via haar oecumenische kanalen inbrengt in Europa. Zo kan de kerk laten zien hoe de mooie woorden vanuit Europa in de praktijk van het mondiale Zuiden uitwerken.

Coen Wessel

Met dank aan Anjo G. Harryvan en Simon Polinder, De rol van de vier ‘heiligen’, Katholieke inspiratie voor Europa in: Sophie, Geschiedenis en politiek, 2022 nr.4 p.14-19

 Gepubliceerd in: In de Waagschaal, juli 2025