De terugkeer van de godsdienst in de politiek
Naar
Archief


Naar
Homepage


Naar Weblog

Naar overige artikelen over Wilders

Bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima was de inzegening in de kerk het hoogtepunt van de festiviteiten. Het volksfeest in de Arena was aardig, maar dezelfde dag al vergeten. Burgemeester Cohen deed zijn best tijdens het burgerlijk huwelijk, maar het hart van de viering lag in de Nieuwe Kerk. Het kan niet anders dan dat het een bewuste keuze van het bruidspaar was. Bij dit huwelijk waar zulke uiteenlopende zaken als persoonlijk geluk, nationale identiteit, politiek en dynastiek samenkomen, werd de godsdienstige plechtigheid de spil van de publieke viering. De kerk stond even in al haar kracht te stralen en voor een ogenblik leek het alsof zij nog staatskerk was. prinses maxima bij haar huwelijk
Nieuwe Kerk AmsterdamMaar de kerk schitterde niet in de eerste plaats vanuit een traditionele machtspositie. De viering maakte indrukdoor de persoonlijke wijze waarop Máxima en Willem-Alexander de viering hadden vormgegeven. Zij hadden familieleden gevraagd voor de lezingen en uitgebreid over de viering overleg gehad. De jarenlange band met de voorganger was in elk detail  te proeven. Het maakte de viering tot een ritueel met een sterk persoonlijk stempel en daardoor herkenbaar voor miljoenen. Het volk herkende zich uiteindelijk het meest in Carel Kraayenhofs ‘Adios Nonino’. Het afscheid (adios) van de ouders dat elk huwelijk is, ging hier samen met een vertoon van eigen (Argentijnse) identiteit.

Gods koninkrijk

Heel anders droomde de kerk in de jaren tachtig om een stem in de politiek te hebben. Het waren de jaren dat geprobeerd werd op allerlei fronten een progressieve politiek te ondersteunen. Het meest opvallend was natuurlijk de strijd tegen de plaatsing van de kruisraketten, maar ook op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, inkomensongelijkheid en het milieu sprak de kerk nadrukkelijk. Dit spreken werd onderbouwd met de stelling dat wij “kerk voor de wereld” zijn en met een beroep op de heilzame komst van Gods koninkrijk, dat wij moeten voorbereiden. Het was een zeer maatschappelijk gericht spreken, waaraan ik ook zelf hartstochtelijk meegedaan heb. Het was een visie die sterke overeenkomsten vertoonde met socialistische heilsverwachtingen. Maar na 1989 is helemaal niet meer vol te houden dat de socialistische heilsverwachtingen leefbaar zijn. Hoewel de kerkleidingen hardnekkig doorgaan met een dergelijke benadering van de politiek lopen hier maar weinig mensen binnen de kerken voor warm. Buiten de kerk al helemaal niemand.

Messianisme

Maar onverwacht is de godsdienst terug in de politieke arena. Dat de beweging rond “Leefbaar Utrecht” en “Leefbaar Hilversum” een landelijke vertaling zou krijgen was niet onverwacht. Maar dat de beweging rond Fortuyn zo groot zou worden en zo’n omslag in de politiek zou bewerkstelligen had vrijwel niemand voorzien. Nog onverwachter waren de religieuze elementen in zijn beweging. In enkele maanden tijd kreeg zijn beweging messiaanse trekken. Fortuyn beriep zich openlijk op de taak die hij van God gekregen had. Hij had een belofte van vernieuwing, een eindtijd-achtig wereldbeeld (“Puinhopen van Paars”) en een indeling van de wereld en de politiek in “oud” en “nieuw”. Waar Paars zich geconcentreerd had op kleine stapjes in het beleid, kwam hij aanzetten met verreikende idealen (kleine scholen en gemeenten, iedereen geïntegreerd, geen asylzoekers, geen burocratie, ophouden met onzinnige projecten als Betuwe-lijn en file-bestrijding, herstel van gezag). Dat hij onbeschoft en rancuneus was en zichzelf weinig van wetten en fatsoensnormen aantrok verhoogde zijn status alleen maar. Ongekend was de emotie die hij in grote lagen van de bevolking wist los te maken. Men identificeerde zich met de kracht van zijn persoonlijkheid en met de hardheid van zijn leiderschap. En men verlangde naar de bescherming die hij zei te willen bieden. Hij beloofde niet alleen politieke idealen hij beloofde een identiteit aan de burgers van Nederland.

Identiteit

Achteraf gezien is de terugkeer van godsdienstige elementen in de politiek enigszins verklaarbaar. Al bij het aantreden van het paarse kabinet was de culturele wind in Nederland uit een andere hoek gaan waaien. Het schimpen op de godsdienst had plaatsgemaakt voor een voorzichtige belangstelling. De emotierevolutie deed rationalistische bezwaren verdampen. Vooraanstaande schrijvers bekeerden zich tot de katholieke kerk, vanwege de sfeer en het verlangen mens te zijn voorbij markt en ego. De boekenweek van 1997 had als thema “God te boek”. Godsdienst was niet meer iets om je voor te schamen. Het kreeg een plaats in de sfeer van gevoel en van de persoonlijke identiteit.

Juist de persoonlijke identiteit van mensen staat in onze maatschappij onder druk .In de tijd van de verzuiling werd je als individu binnen de gemeenschap van de zuil gevormd. Alles om je heen straalde een duidelijke identiteit uit en vormde je tot katholiek, protestant of socialist. Er was een duidelijke verbinding met de geschiedenis van de zuil en zo wist je je deel van een identiteitsvormende geschiedenis. Maar in onze tijd staan traditie en gemeenschap onder de druk van commercialisering en individualisering en verliezen daarmee hun persoonlijkheidsvormende kracht. Krachten die je in de richting van een duidelijke identiteit duwen (onderwijzers, predikanten, ouders) hebben hun autoriteit verloren. Tegenwoordig moet je jezelf worden. Je moet steeds zelf je keuzes maken uit een eindeloos aanbod. Je moet openstaan voor iedereen en het liefst wereldburger worden. Dat lukt bijna niemand.

Ook op maatschappelijk niveau is de vraag naar onze identiteit actueel. Tot 1989 had Europa zich steeds weer beroepen op haar liberale waarden in de strijd tegen het communisme. Maar toen de socialistische landen het bijltje erbij neer gooiden kwam de vraag levensgroot naar voren: “wie zijn wij eigenlijk zelf”. De terreuraanslag van 11 september 2001 heeft die vraag opnieuw opgeworpen: wie zijn wij oog-in-oog met het moslimfundamentalisme en wat verdedigen wij. De liberale antwoorden: wij zijn een democratie, iedereen mag zeggen wat hij wil, de wet is voor allen gelijk, zijn te formeel. Ze spreken ons hart te weinig aan, ze stichten te weinig gemeenschap. Daardoor zijn ze niet krachtig genoeg om een verdediging te organiseren. In deze situatie wordt teruggegrepen op godsdienstige vormen en waarden.

Terugkeer

In de politiek is de godsdienst op twee manieren teruggekeerd. In de eerste plaats in een utopische variant die zich nu niet meer richt op een socialistische samenleving, maar op de onmiddellijke realisering van alles wat onze samenleving belooft. Het onthult dat wij niet de statische, liberale samenleving zijn waarin ieder zijn tuintje wiedt. Veel meer worden we individueel en collectief voortgedreven door dromen over zulke tegenstrijdige zaken als individuele rijkdom, gemeenschapszin, persoonlijk succes, seksuele vervulling en eeuwige jeugd.
Een maatschappij gebaseerd op dromen is een wankele. De momenten dat collectieve dromen verstoord worden zijn gevaarlijke momenten. Wij leven in zo’n wankele samenleving. In de dagen na de moord op Fortuyn kwam iets van de woede en het destructieve potentieel dat in onze samenleving aanwezig is naar buiten. En het had nog veel erger kunnen zijn. De terugkeer van de godsdienst is geen onverdeeld genoegen.
Beloftevoller is het feit dat de vragen naar identiteit op onze politieke en culturele agenda staan. Hierin kunnen kerken een duidelijke rol spelen. Ze kunnen wijzen naar wie wij ooit waren (het christelijk-humanistische Europa) en voor een deel nog steeds zijn. Maar ze kunnen vooral ook wijzen op de mens die wij worden mogen. Haar instrument daarbij is niet alleen het profetische, dat zo vaak niet meer doet dan nazeggen en sanctioneren wat politici reeds zeiden. Haar instrumenten zijn veeleer de riten en geboden die een mens raken en vormen in het diepst van zijn persoonlijkheid. Bij het koninklijk huwelijk waren dat de zaken die juist de nadruk kregen.

Coen Wessel

(gepubliceerd in ELK januari 2003)